Kies een weg van bezinning

Bezinnen tijdens het wandelen

Kies een thema dat past bij het moment.


Doe mee aan het foto-Kijk-spel

 A

Loslaten – ballast achterlaten

Bijbeltekst

“Kom naar Mij toe, jullie die vermoeid zijn.”

(Matteüs 11)

Bezinnen tijdens het wandelen

* Neem bij de start een steentje mee.

Om over na te denken

* Wat weegt zwaar in mijn leven?

* Wat zou ik vandaag mogen loslaten?

Opdracht

* Leg het steentje onderweg ergens neer.

* Zie dit als een teken van loslaten.

Afsluiten

* Zeg in stilte:

Ik leg neer wat mij te zwaar is.

B

ruimte maken

Bijbeltekst

“Bij God alleen vindt mijn ziel rust.”

(Psalm 62)

Bezinnen tijdens het wandelen

* Begin de wandeling in stilte.

* Let op je ademhaling en op de geluiden om je heen.

Om over na te denken

* Wat maakt mij onrustig?

* Waar verlang ik naar rust?

Opdracht

* Zoek een plek waar je even stilstaat.

* Maak een foto of onthoud deze plek als plek van stilte.

Afsluiten

* Zeg in stilte:

Heer, hier ben ik.

C

Aandacht – zien met nieuwe ogen

Bijbeltekst

“Toen gingen hun ogen open.”

(Lucas 24)

Bezinnen tijdens het wandelen

Verdeel de wandeling in drie delen:

* kijken

* luisteren

* voelen (grond, wind, lichaam)

Om over na te denken

* Wat viel mij op dat ik anders zou missen?

* Waar vraagt God mijn aandacht?

Opdracht

* Neem iets kleins uit de natuur mee (bijvoorbeeld een blad of steentje).

Afsluiten

* Dank God in stilte voor wat je hebt gezien en gehoord.

D

Hoop – nieuw leven

Bijbeltekst

“Als de graankorrel sterft, brengt hij veel vrucht voort.”

(Johannes 12)

Bezinnen tijdens het wandelen

* Let op tekenen van groei, licht of beweging.

Om over na te denken

* Waar zie ik hoop, ondanks alles?

* Wat mag in mij groeien?

Opdracht

* Maak een foto van iets dat voor jou hoop verbeeldt.

Afsluiten

* Zeg in stilte:

Ik vertrouw mij toe aan nieuw leven.

E

Vertrouwen – de weg gaan

Bijbeltekst

“Vertrouw op de HEER met heel je hart.”

(Spreuken 3)

Bezinnen tijdens het wandelen

* Kies, als het kan, een pad dat je niet goed kent.

* Wandel een deel zonder je route te controleren.

Om over na te denken

* Waar vertrouw ik vooral op mezelf?

* Waar word ik geroepen om te vertrouwen op God?

Opdracht

* Maak een foto van een pad, een kruising of een open ruimte.

Afsluiten

* Bid in stilte:

Ga met mij mee op mijn weg.

Verbondenheid – samen onderweg

Bijbeltekst

Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft

(Romeinen 12)

Bezinnen tijdens het wandelen

Alleen

* Denk aan mensen die belangrijk voor je zijn.

* Wie draag jij vandaag in je gedachten?

In tweetallen

* Deel, als dat goed voelt:

o Wat houdt je bezig?

o Waarin ervaar je steun of gemis?

Opdracht

* Maak een foto van iets dat verbondenheid uitdrukt

(bijvoorbeeld paden naast elkaar, wortels, een brug).

Afsluiten

* Noem in stilte één naam die je bij God brengt.